Aan de bovenzijde van deze pagina staat een submenu.
Daarmee kan gekozen worden voor het bekijken van foto's en video opnamen. Ook kan er gekozen worden om naar enkele liedjes te luisteren.

sluit dit venster

Het Levensverhaal van Jeanne          (Klik hier voor een gedicht t.g.v. Jeanne's 70ste verjaardag)

Lang geleden, 'n mooie lentemorgen, de natuur was ontluikend. Vriendelijke madeliefjes staken schuchter met hun knopjes boven het frisgroene gras uit. 'n Dame, haar jeugd ontgroeid, was op visite in ' n naburige stad om met haar vriendinnen te praten over hetgeen haar te wachten stond. Veel zorgen kende ze. 't Was niet eenvoudig om in deze moeilijke tijd het hoofd boven water te houden en de touwtjes van 'n groot gezin aan elkaar te knopen. Plotseling stond de dame op. Iedereen keek haar verbaasd aan en vroeg zich af waarom ze ineens zo gehaast was. "Mijn tijd is gekomen", zei de dame en spoedde zich huiswaarts waar ze precies op tijd haar bed bereikte en het leven schonk aan 'n dochter.

Klik om de foto te vergroten... Het gezin was erg verheugd met het nieuwe zusje, al was het wel een wat klein uitgevallen schepseltje dat beter paste in 'n sigarenkistje dan in de familiewieg. Slechts een van de jongens prefereerde 'n fiets. Niemand, behalve de moeder, dorst het kind aan te raken, doch stammend uit 'n sterk geslacht, groeide het wicht toch uit tot 'n wolk van 'n baby. Met veel zorg en liefde van haar ouders en de andere gezinsleden groeide zij op tot kleuter en daar zij goed begeleid werd door haar grotere zussen, kon zij de gewone scholen volgen. Maar 't bleef 'n kasplantje, hetgeen door alle gezinsleden begrepen en aanvaard werd, in het bijzonder door de fietsenjongeman. Moeilijk was het vaak voor haar, zich als jongedame tegenover haar oudere broers waar te maken. Zusters die haar konden steunen waren beiden al heel groot en dus moest zij het helemaal alleen klaren tussen de kerels. Opziend naar haar grote zussen werd haar lijfspreuk dan ook: "wacht maar, mijn tijd komt ook nog" En haar tijd kwam! Zij kreeg genoeg van de competitie en het bemoederen thuis en trok de wijde wereld in. De oorlog hielp haar daarbij 'n handje want na 'n ernstige verwonding was het eerste wat ze tegen haar moeder zei: zo nu mag ik studeren.

Enige beschutting daarbij kwam haar wel gewenst voor en waar vind je die beter dan in 'n klooster! Dus voorlopig werden kloosters dichtbij en veraf haar onderdak. Nu moge het bekend zijn dat kloosters niet te vergelijken zijn met het Leger des Heils, maar alleen onderdak verlenen aan diegenen die alle hoop op 'n ander leven geheel hebben laten varen. Jeanne, want zo heette het meisje, waar het verhaal verder over gaat, had die hoop op het volle leven ook bij zichzelf langzaamaan ontdekt en na de door haar geleende potloden en gummen te hebben teruggegeven aan de oversten van de diverse kloosters, nam zij zo op waardige wijze afscheid en stortte zich in het diepe (maar dan figuurlijk). Zo trok zij, samen met haar ouders en de rest van het gezin, van het kleirijke Flakkee naar het stoffige Brabant, waar ze zich vestigden in Best, onder de rook van de Bata. Die had meteen de dag van z'n leven; want ze waren in een slag 'n eersteklas huishoudster, 'n perfecte tuinman en 'n onovertreffelijke kleuterjuf rijker. Alleen de eerder genoemde fietsenjongeman viel als gymnastiekschoenenfabriceerder volkomen uit de boot, wat hem in't geheel niet speet. Hij kon op de fiets die hij blijkbaar intussen toch verkregen had spoorslags terug naar Oude Tonge en z'n daar wachtend Kaatje. De rest van het gezin bleef tot in lengte van dagen in Best. Intussen had Jeanne ontdekt dat elke dag snotneuzen afvegen ook niet het levensdoel vervulde waar ze in stilte van droomde. Ze zette zich daarom weer aan de studie en haalde 'n diploma wat recht gaf op 'n baan in het iets meer gevorderde onderwijs. 'n Baan met veel perspectief en nog meer vakantie. Tussen de bedrijven door bouwde ze 'n huis en huwde. 'n Kleine veertig jaar begeleidde ze kinderen op hun pad naar het grote leven. Ze leerde hen de naamvallen waar de Deutsche Sprache zo geliefd om is. Legde uit waarom Karel de Grote, Karel de Grote genoemd werd, ondanks z'n povere lengte, gaf teken- en muziekles en voor ze er erg in had bereikte ze de pensioengerechtigde leeftijd. Met andere woorden: ze zat thuis, duimen te draaien. Dit duurde maar heel even; want in 'n mum van tijd hing er van alles aan de telefoon c.q. deurbel. Resonans zocht uitbreiding van het koor, de LOB zag in haar 'n prima diskjockey en Tante Boyca wou graag 'n particulier chauffeur. Intussen werd haar huis, meer en meer, 'n toevluchtsoord voor radeloze personen, die zij als 'n kloek onder haar vleugels nam. Soms dacht ze met enige weemoed terug aan haar onderwijstijd, met al die vrije dagen die ze nu wel kon vergeten.

Ondanks alle ontberingen wist ze toch de respectabele leeftijd van zeventig jaar te bereiken. Onder het motto: we doen net of we zot zijn, reeg ze jaar aan jaar aan jaar en maakte er 'n veelkleurig snoer van, met als een van de mooiste kralen haar zeventigste verjaardag, waar ze alle mensen ontmoette die haar dierbaar waren. Na haar 70 kwam er toch langzaamaan wat sleet op haar schier onverslijtbare lichaam. Niet de ouderdom, want die was haar nog lang niet aan te zien. Wel ziekten waar ze veel van leed. Pre leukemie en de daarmee gepaard gaande reuma sloopte haar toch wel broze lijfje. Daar was niet tegen te vechten en ze moest ten langen leste het moede hoofd in de schoot leggen. 25 oktober 2010 kwam er ín eind aan ín vruchtbaar en, zoals ze zelf vaak zei: mooi leven.